Al eeuwen lang kijken de mensen naar de hemel en spiegelen dit aan de gebeurtenissen op aarde.
In het begin was er geen verschil tussen astrologie en astronomie. Reeds in de prehistorie legden de mensen vast wat ze aan de hemel zagen. Verschillende grotschilderingen en afbeeldingen op mammoetivoor tonen dit aan. Ook eeuwenoude bouwwerken werden zo gericht dat ze op één lijn lagen met de zonnewende.

In Mesopotamië rond 3000V.C hadden ze reeds kleitabletten waarop ze waarnemingen aan de hemel noteerden en deze koppelden aan een voorspelling. Bijvoorbeeld wanneer de ploeg (driehoek) aan de hemel verscheen, wisten de boeren dat het tijd was om te planten.
Duizenden jaren werden deze observaties genoteerd en verder ontwikkeld. De Babyloniërs geloofden dat de planeten boodschappers waren van God en dat deze op die manier hun bedoelingen kenbaar maakten.

De Grieken en de Romeinen bouwden voort op de kennis van de Babyloniërs en de Egyptenaren en ontwikkelden het astrologisch systeem verder uit zodat persoonlijke horoscopen konden worden gemaakt en individuele voorspellingen worden gedaan. Met de opkomst van het Christendom raakte de astrologie wat in verval. Het paste niet in hun beeld dat je levensloop zou vastliggen in de sterren. Heel wat pogingen werden ondernomen om het uit te roeien.

In de Middeleeuwen kende astrologie opnieuw een opmars. Hoewel de kerk het nog steeds officieel veroordeelde, hadden heel wat koningen en edellieden astrologen in hun gevolg.
Tijdens de renaissance kende astrologie wellicht haar hoogtepunt in Europa. Overal versierde men boeken, klokken en muren met symbolen uit de dierenriem. Met de komst van de Verlichting, ging men meer vertrouwen op wetenschap en logica en werd astrologie door velen niet meer serieus genomen

In het Victoriaanse tijdperk leefde de belangstelling voor esoterische kunsten zoals spiritualisme weer op. Astrologie werd weer populair door het werk van Alan Leo. Hij deed geen voorspellingen over gebeurtenissen in iemands leven, maar hij zag ‘tendensen’. Zo ontstond de psychologische astrologie. Dit ontwikkelde zich verder en was vooral in de jaren 1960 en 1970 zeer populair bij ons. Vandaag de dag is de Moderne Astrologie het meest
gekend en wordt het meest toegepast. Toch werden vanaf de jaren 1980 de oude teksten weer vanonder het stof gehaald en onderzocht. Heel wat nuttige technieken uit de Hellenistische periode en uit de Middeleeuwen worden opnieuw gebruikt om licht te werpen op iemands levenspad.

Ik merk dat veel astrologen die de traditionele methodes gebruiken kritiek hebben op de moderne astrologen en omgekeerd. Hoewel ik de traditionele methode volg, word ik persoonlijk niet graag in een hokje gestopt. Als we één ding uit de geschiedenis kunnen leren, dan is het wel dat Astrologie continu in ontwikkeling is geweest. Ik geloof dat elke strekking zijn waarde kan hebben en dat je als astroloog moet voelen welke methode of combinatie van methodes het best bij jou passen. Daarom heb ik mijn bedrijfje “Jill’s Astrology” genoemd. Niet omdat het “mijn” astrologie is of omdat ik er een eigen interpretatie van heb gemaakt. Maar omdat ik mijn pad wil volgen en trouw wil blijven aan mezelf met een open blik op wat ik nog kan bijleren.